Fouten natuurlijk tussen aanhalingstekens, ze gebeuren zelden opzettelijk. En onderzoek doen is experimenteren, is leren. En van fouten leer je het meest. De grootste ontdekkingen hebben we namelijk te danken aan fouten die gemaakt zijn of ongelukjes, denk maar aan Penicilline. Maar er ontstaan veel foutjes wanneer je niet in de wetenschap thuis bent, of het lang geleden is dat je iets met onderzoek hebt gedaan. Want hoe moet jij dan weten hoe je alles aan moet pakken?!

1. Je hebt je onderzoeksvraag niet helder

Ik begin meteen met de ‘fout’ die je het duurst zal komen te staan. Dit is echt het allerbelangrijkste van jouw hele onderzoek: je onderzoeksvraag. En wanneer je deze niet helder op papier hebt staan (wat veelal inderdaad het geval is), zul je daar de rest van je onderzoek last van hebben. Dit is de rode draad door jouw hele onderzoek, alle keuzes die jij maakt worden erop gebaseerd. Dus wanneer jij jouw onderzoeksvraag helder hebt, helpt dit jou. Een bijkomend voordeel; je weet ook precies wanneer je onderzoek klaar zal zijn, want dat is wanneer je antwoord hebt op je vraag. Dus als je deze klein en concreet maakt, is er ook maar 1 antwoord mogelijk, en voorkom je dat er nog meer vragen opkomen of analyses die je extra moet draaien.

Omdat je onderzoeksvraag cruciaal is, help ik je in een andere blog om een concrete en heldere onderzoeksvraag op te stellen in 4 stappen. Deze kun je hier vinden.

2. Je vergeet of je verzuipt

Het overzicht behouden is super belangrijk! Het doen van onderzoek is een relatief traag proces waar veel tijd overheen gaat. Dit maakt ook dat je afspraken en argumenten dus lange tijd moet onthouden. Als je dan ook nog eens weinig tijd hebt om aan je onderzoek te werken omdat je allerlei andere verplichtingen (op werk of thuis) hebt, dan wordt dit een enorme uitdaging. Dan merk je bijvoorbeeld dat je weinig vooruit komt als je er dan een keer tijd voor hebt, of dat het lang duurt voordat je er weer lekker in zit. Houdt overzicht door je onderzoeksvraag goed voor ogen te houden (jouw rode draad) en afspraken en argumenten waarom voor iets is gekozen in een document of op papier bij te houden.

Dit geldt trouwens ook weleens voor supervisoren, want zij hebben ook een (over)volle agenda. Dus het is voor iedereen handig als jij het overzicht bewaard.

3. Je hebt geen duidelijk afspraken met je supervisor(en)

Als zorgprofessionals zijn we vaak geneigd anderen te helpen, onszelf weg te cijferen, in ons eentje alles op te lossen, en hebben we een hoog verantwoordelijkheidsgevoel. Hier maken anderen dan ook graag gebruik van, bewust of onbewust.

Er ontstaan verwachtingen, vanuit beide kanten, waar niet altijd aan wordt voldaan. Vervolgens leidt dit tot teleurstellingen en frustraties. En dan kan het voelen alsof je er helemaal alleen voor staat.

Het is daarom belangrijk om duidelijke afspraken met elkaar te maken en elkaar tijdig te zien en bij te praten. Want dan kan er tijdig bijgestuurd worden en is het voor iedereen duidelijker en relaxter.

Durf ook concreet om hulp te vragen, en weet wat je nodig hebt om je onderzoek tot een succesvol einde te brengen!

4. Je interpreteert je resultaten onjuist

Heel veel zorgprofessionals kijken op tegen de statistische analyses. Sommigen willen het naadje van de kous weten, waardoor ze zich opeens in de wereld van de wiskunde bevinden, waar ze zich totaal niet thuis voelen. Anderen vermijden dit deel het liefst, en vinden het voldoende om de analyses uit te voeren zonder deze echt te begrijpen.

Het is wel belangrijk te weten wat je doet, zodat je de resultaten op een juiste manier kunt interpreteren. Een gouden middenweg tussen het naadje van de kous en vermijden vinden is hierin belangrijk. Het kan natuurlijk ook nooit kwaad om iemand die er verstand van heeft in te schakelen.

Helaas gebeurt het vaak dat er verkeerde conclusies worden getrokken vanuit de getalletjes die uit je analyses tevoorschijn komen.

Denk bijvoorbeeld aan een oorzakelijke conclusie trekken, terwijl dit met de data die je hebt of door de opzet van je onderzoek helemaal niet kan! Wie weet is er zelfs een andere variabele die jouw gevonden (cor)relatie verklaart…

Neem dit maar eens als voorbeeld:

Er is een sterk significant verband tussen schoenmaat en scores op een rekentoets, betekenend dat kinderen met een grotere schoenmaat veel beter zijn in rekenen.

Dus als jij een grote schoenmaat hebt, ben jij beter in rekenen dan iemand met een kleinere schoenmaat…

Wat denk jij, geloofwaardig? Wat is jouw schoenmaat? 😉

Hier zit natuurlijk nog een variabele tussen die dit sterke verband kan verklaren: Leeftijd!

Omdat kinderen met een hogere leeftijd zowel een grotere schoenmaat hebben (omdat ze gegroeid zijn) als een hogere score op de rekentoets (omdat ze jaren langer les hebben gekregen in rekenen).

En dit is iets wat we nog wel kunnen bedenken, omdat we de eerdere uitkomst niet helemaal kunnen plaatsen. Maar binnen onderzoek in de gezondheidszorg is dit vaak niet zo duidelijk, dus is het een blinde vlek en moeten we niet elk verband en niet elk resultaat zomaar aannemen.

5. Je handelt (onbewust!) onethisch

Dit gebeurt vaker dan je denkt, en gaat om kleine dingen. Dat je geen data mag verzinnen weten we allemaal wel, maar wist je dat de volgende situatie ook al onethisch handelen betreft?

Stel je dataverzameling gaat trager dan gepland (wat overigens bijna altijd het geval is). Er is iemand geïnteresseerd om deel te nemen, en op dit moment is elke deelnemer goud waard, omdat je achterloopt. Van tevoren heb jij netjes inclusiecriteria op een rijtje gezet, waar iemand aan moet voldoen wil die mogen deelnemen. Maar wat blijkt, deze persoon valt net buiten een criterium, het scheelt bijna niks. Je besluit deze persoon toch te includeren, omdat je gewoon niet nog langer wilt uitlopen met je onderzoek.

Dan heb je dus iemand geïncludeerd die eigenlijk niet had mogen deelnemen. Heel begrijpelijk, want je hebt nog deelnemers nodig. Maar dit is dus onethisch. De inclusiecriteria worden niet voor niets van tevoren bepaald, namelijk, om een zuivere of representatieve onderzoeksgroep te verzamelen. En dit gebeurt vaker dan je denkt, want als jouw supervisor zegt dat je deze toch wel mag includeren, ben jij natuurlijk geneigd om dat te doen.

Er zijn natuurlijk nog een hoop andere ‘fouten’ die veel gebeuren. En dit gebeurt veelal onbewust. Dat maakt dus ook dat onderzoeks-begeleiding heel belangrijk is (en verplicht is), zodat jij dit niet allemaal zelf hoeft te weten.

Mocht jij zeker willen zijn van ‘geen fouten maken’, neem dan eens een kijkje bij het Ontspannen Onderzoeken Programma. Op naar het snel en succesvol afronden van jouw onderzoek!